Boeken – goed te weten
In de rubriek ‘Boeken - goed te weten’ gaat het erom boeken onder de aandacht te brengen waarin gedachtegangen te
berde worden gebracht die de moeite waard zijn. Het is niet zozeer de bedoeling
om de stapels boeken die iedere maand weer uitkomen zo kritisch mogelijk te
beoordelen. Het gaat niet altijd om heel recente uitgaven, noch om boeken die
per se direct met yoga of spiritualiteit te maken hebben. Maar wel om uitgaven
die wellicht de aandacht zullen trekken van de universeel denker, wiens
interesse immers universeel is en die zijn best doet Op De Hoogte Te Blijven!
Auteur: Rik Smits.
Uitgeverij: Nw A’dam, Amsterdam 2009.
De vlieg vliegt,
De vlinder vlindert,
De koe koeit
En het paard paardt (met dt!)
Maar de mens menst niet. (Vrij naar Hans Wesseling)
Grappig, hè? En achter de grap zit nog een grap, maar daarover later.
Hoe komt het dat de mens niet ‘menst’, dat wil zeggen: gewoon mens is, gewoon is, net als de dieren? Het komt doordat zijn denken in de weg zit. Het menselijk
denken bedient zich van taal. Hoe is deze typisch menselijke eigenschap, taal
met woorden, ontstaan? Over dit probleem hebben velen zich gebogen en dat
gebeurt vandaag de dag nog steeds.
Taalkundige en wetenschapsjournalist Rik Smits (1953) bouwt in zijn boek
Dageraad, hoe taal de mens maakte, een verrassend eenvoudige, maar stevige
theorie op hoe het talige menselijke denkvermogen ontstaan is.
Hij gaat daarvoor zo’n anderhalf miljoen jaar terug in de tijd, naar de periode dat de hersenen van Homo erectus een enorme groeispurt maakten. Zij werden in relatief korte tijd twee keer zo
groot als voorheen.
Dit moet, aldus Smits, vooral ons geheugen vergroot en verbeterd hebben,
waardoor we veel beter werden in het leren door ervaring, dus flexibeler werden, en waardoor we ons in verschillende of zich wijzigende
milieus makkelijker konden aanpassen. Smits wijst er voortdurend op, dat iedere
genetische wijziging een direct evolutionair voordeel moet hebben, omdat deze
anders geen levensvatbaarheid heeft. Het voordeel van dit vergrote
aanpassingsvermogen aan veranderende milieus is evident. Lees verder [pdf-document].
Samenstelling: Bert-Jan Koops, Christoph Lüthy, Annemiek Nelis en Carla Sieburgh.
Uitgeverij: Bert Bakker, 2009.
Recent verscheen het boek ‘De maakbare mens’, dat een aantal essays bevat van topwetenschappers, die verenigd zijn in de ‘De Jonge Academie’ (DJA). Deze DJA is in 2005 opgericht door de Koninklijke Nederlandse Academie
van Wetenschappen. De leden van DJA, verbonden aan Nederlandse universiteiten
komen vanuit alle richtingen: van geestes- tot natuurwetenschappen en van
medische tot sociale wetenschappen.
In het boek ‘De maakbare mens’ dat onderverdeeld is in drie delen, wordt vanuit verschillende vakdisciplines
(o.a. biologie, genetica, kunstmatige intelligentie, filosofie en literatuur)
een overzicht gegeven van de mogelijkheden en de (tot nu toe!) veronderstelde
onmogelijkheden ten aanzien van het ‘perfectioneren van de mens’. Van DNA-onderzoek tot embryoselectie en van cyborgs tot het streven naar
onsterfelijkheid.
Nu suggereert de titel ‘De maakbare mens’ dat het wellicht mogelijk zou zijn om langs natuurlijke weg de geëvolueerde menselijke soort te veranderen in een kunstmatig geproduceerde soort, of deze daardoor gedeeltelijk of zelfs geheel te
vervangen. Hoewel een dergelijke volledige soortmutatie of vervanging momenteel
nog voor onmogelijk wordt gehouden, gaan de ontwikkelingen in die richting wel
razend snel. Lees verder [pdf-document].